Het woord staat in de Wiktionary6 korte fragmenten uit het WikiWoordenboek (Dit is een meertalig en vrij woordenboek waaraan iedereen kan meehelpen.)— Nederlandse woorden —- impliceer w. Eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van impliceren.
- impliceer w. Gebiedende wijs van impliceren.
- impliceer w. (Bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van impliceren.
— Nederlandse woorden, definiëren in het Engels —- impliceer v. First-person singular present indicative of impliceren.
- impliceer v. Imperative of impliceren.
— Nederlands woord, definieer in het Frans —- impliceer v. Première personne du singulier du présent de impliceren.
15 Nederlandse woorden uit 3 Nederlandse definitiesBij Eerste Eerste␣persoon enkelvoud Gebiedende Gebiedende␣wijs impliceren inversie persoon tegenwoordige␣tijd tijd tweede tweede␣persoon van wijs 4 Nederlandse woorden uit 3 buitenlandse definitiesimpliceren Première present singulier 11 vreemde woorden uit 3 buitenlandse definitiesFirst First␣person First-person␣singular Imperative indicative person personne Première␣personne présent present␣indicative singular 3 achtervoegsels (Nieuwe woorden gevormd door het toevoegen van een of meer letters aan het einde van het woord.)impliceert impliceerde impliceerden Een subwoord (Word gevonden zoals het zich in het woord bevindt. Minimummaat van 3 letters.)eer Een subwoord RnL (Woord geschreven van rechts naar links, staand zoals het is in het woord. Minimummaat van 3 letters.)ree 2 anagrammen gevonden met een extra letter (Nieuwe woorden gevormd met de hele letter van het woord en een extra letter.)impliceert impliceren
Zie dit woord in een andere taalEnglish Français Español Italiano Deutsch Português
|