|
Lijst met woorden van 9 letters bevattend met Snelle modus Klik om een vijfde letter toe te voegen
Klik om de laatste letter te verwijderen
Klik om de woordgrootte te wijzigen Allemaal alfabetisch Allemaal op maat 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21
Er zijn 21 woorden van negen letters bevattend met DELAadelatief bedelaars bedelares bedelarij grendel␣af handelaar jodelaars kandelaar lindelaan middelaar oordelaar peddelaar pendelaar puddelaar roddelaar rodelaars vedelaars wandel␣aan wandelaar weideland zondelast 31 definities gevonden- adelatief — n. (Grammatica) een naamval die voorkomt in een taal als Lezgi…
- bedelaars — n. Meervoud van het zelfstandig naamwoord bedelaar.
- bedelares — n. Een vrouwelijke bedelaar, een vrouw die bedelt.
- bedelarij — n. Het om een aalmoes vragen.
- grendel␣af — w. Eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afgrendelen. — w. Gebiedende wijs van afgrendelen. — w. (Bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afgrendelen.
- handelaar — n. (Beroep) (handel) iemand die handel drijft.
- jodelaars — n. Meervoud van het zelfstandig naamwoord jodelaar.
- kandelaar — n. Standaard waarop één of meer kaarsen geplaatst kunnen worden. — w. Eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kandelaren. — w. Gebiedende wijs van kandelaren.
- lindelaan — n. Een weg met een rij lindebomen in de berm.
- middelaar — n. Bemiddelaar.
- oordelaar — n. Iemand die ergens over kan, mag of moet oordelen. — n. Iemand die een vonnis wijst. — n. Beoordelaar, rechter.
- peddelaar — n. Iemand die een boot met behulp van een peddel voortbeweegt. — n. Bijnaam voor een fietser.
- pendelaar — n. Iemand die bij herhaling heen en weer rijdt. — n. (Beroep) wichelroedeloper.
- puddelaar — n. Een arbeider bij een puddeloven, met name een ijzerbewerker…
- roddelaar — n. Iemand (meestal een man) die (veel) roddelt.
- rodelaars — n. Meervoud van het zelfstandig naamwoord rodelaar.
- vedelaars — n. Meervoud van het zelfstandig naamwoord vedelaar.
- wandel␣aan — w. Eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanwandelen. — w. Gebiedende wijs van aanwandelen. — w. (Bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanwandelen.
- wandelaar — n. Iemand die buitenshuis een stuk loopt.
- weideland — n. Gebied met veel grasvelden waarop dieren kunnen grazen.
- zondelast — n. Het berouw en zelfverwijt dat zondaars voelen voor de zonden…
Zie deze lijst voor:
| |