Lijst met woorden bevattend met Snelle modus Klik om een vijfde letter toe te voegen
Klik om de laatste letter te verwijderen
Klik om de woordgrootte te wijzigen Allemaal alfabetisch Allemaal op maat 6 7 8 9 10 11 12 13
Er zijn 23 woorden bevattend met HOEIbeschoei beschoeide beschoeiden beschoeien beschoeiend beschoeiende beschoeiing beschoeiingen beschoeit ongeschoeid schoei schoeide schoeiden schoeien schoeiend schoeiende schoeiing schoeiingen schoeisel schoeisels schoeiseltje schoeiseltjes schoeit 32 definities gevonden- beschoei — w. Eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beschoeien. — w. Gebiedende wijs van beschoeien. — w. (Bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beschoeien.
- beschoeide — w. Enkelvoud verleden tijd van beschoeien.
- beschoeiden — w. Meervoud verleden tijd van beschoeien.
- beschoeien — w. Voorzien van beschoeiing. — w. (Verouderd) voorzien van schoenen.
- beschoeiend — w. Onvoltooid deelwoord van beschoeien.
- beschoeiende — w. Verbogen vorm van beschoeiend, het onvoltooid deelwoord van beschoeien.
- beschoeiing — n. Bekleding van de walkant die met een paalwerk aan de waterkant…
- beschoeiingen — n. Meervoud van het zelfstandig naamwoord beschoeiing.
- beschoeit — w. Tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beschoeien. — w. Derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beschoeien. — w. (Verouderd) gebiedende wijs meervoud van beschoeien.
- ongeschoeid — bijw. Zonder schoeisel.
- schoei — w. Eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schoeien. — w. Gebiedende wijs van schoeien. — w. (Bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schoeien.
- schoeide — w. Enkelvoud verleden tijd van schoeien.
- schoeiden — w. Meervoud verleden tijd van schoeien.
- schoeien — w. Overgankelijk van schoeisel voorzien.
- schoeiend — w. Onvoltooid deelwoord van schoeien.
- schoeiende — w. Verbogen vorm van schoeiend, het onvoltooid deelwoord van schoeien.
- schoeiing — n. Bekleding van een wal of put.
- schoeiingen — n. Meervoud van het zelfstandig naamwoord schoeiing.
- schoeisel — n. (Schoeisel) alles wat men om de voeten heen kan dragen, zoals…
- schoeisels — n. Meervoud van het zelfstandig naamwoord schoeisel.
- schoeiseltje — n. Verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord schoeisel.
- schoeiseltjes — n. Verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord schoeisel.
- schoeit — w. Tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schoeien. — w. Derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schoeien. — w. (Verouderd) gebiedende wijs meervoud van schoeien.
Zie deze lijst voor:- Engels WikiWoordenboek: 55 woorden
- Frans WikiWoordenboek: 6 woorden
- Spaans WikiWoordenboek: 1 woord
- Italiaans WikiWoordenboek: geen woord
- Duits WikiWoordenboek: geen woord
- Portugees WikiWoordenboek: 33 woorden
|