Lijst met woorden bevattend met Snelle modus Klik om een achtste letter toe te voegen
Klik om de laatste letter te verwijderen
Klik om de woordgrootte te wijzigen Allemaal alfabetisch Allemaal op maat 8 9 10 11 12 13 15 17 18
Er zijn 18 woorden bevattend met OPSCHROkruiskopschroef kruiskopschroefje kruiskopschroefjes kruiskopschroeven opschroef opschroefde opschroefden opschroeft opschroeven opschroevend opschroevende opschrok opschrokken opschrokkend opschrokkende opschrokt opschrokte opschrokten 22 definities gevonden- kruiskopschroef — n. Schroef met een kruisvormige snede in de kop.
- kruiskopschroefje — n. Verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kruiskopschroef.
- kruiskopschroefjes — n. Verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord kruiskopschroef.
- kruiskopschroeven — n. Meervoud van het zelfstandig naamwoord kruiskopschroef.
- opschroef — w. (In een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschroeven.
- opschroefde — w. (In een bijzin) enkelvoud verleden tijd van opschroeven.
- opschroefden — w. (In een bijzin) meervoud verleden tijd van opschroeven.
- opschroeft — w. (In een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschroeven. — w. (In een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschroeven.
- opschroeven — w. Iets groter of hoger maken, of dat alleen maar beloven.
- opschroevend — w. Onvoltooid deelwoord van opschroeven.
- opschroevende — w. Verbogen vorm van opschroevend, het onvoltooid deelwoord van opschroeven.
- opschrok — w. (In een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschrokken. — w. (In een bijzin) enkelvoud verleden tijd van opschrikken.
- opschrokken — w. Overgankelijk gulzig opeten. — w. (In een bijzin) meervoud verleden tijd van opschrikken.
- opschrokkend — w. Onvoltooid deelwoord van opschrokken.
- opschrokkende — w. Verbogen vorm van opschrokkend, het onvoltooid deelwoord van opschrokken.
- opschrokt — w. (In een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschrokken. — w. (In een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschrokken.
- opschrokte — w. (In een bijzin) enkelvoud verleden tijd van opschrokken.
- opschrokten — w. (In een bijzin) meervoud verleden tijd van opschrokken.
|