|
Lijst met woorden van 7 letters bevattend met Snelle modus Klik om een vijfde letter toe te voegen
Klik om de laatste letter te verwijderen
Klik om de woordgrootte te wijzigen Allemaal alfabetisch Allemaal op maat 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
Er zijn 20 woorden van zeven letters bevattend met PRIKaanprik afprikt inprikt lekprik opprikt paprika prik␣aan prikjes prikkel prikken prikker prikkie prik␣lek prikpil prikt␣af prikten prikt␣in priktol prikt␣op zeeprik 38 definities gevonden- aanprik — w. (In een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanprikken.
- afprikt — w. (In een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afprikken. — w. (In een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afprikken.
- inprikt — w. (In een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van inprikken. — w. (In een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van inprikken.
- lekprik — w. (In een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lekprikken.
- opprikt — w. (In een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opprikken. — w. (In een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opprikken.
- paprika — n. (Plantkunde) bepaalde gekweekte vorm van een peperplant, Capsicum annuum. — n. (Groente) vrucht van een bepaalde gekweekte vorm van een peperplant…
- prik␣aan — w. Eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanprikken. — w. Gebiedende wijs van aanprikken. — w. (Bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanprikken.
- prikjes — n. Verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord prik.
- prikkel — n. Gevoelssignaal, stimulus, plotselinge irritatie van het zenuwstelsel… — n. Doornen van prikkelende voorwerpen, planten. — w. Eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van prikkelen.
- prikken — w. Een prik of steek toedienen, met een dun voorwerp doorboren. — n. Meervoud van het zelfstandig naamwoord prik.
- prikker — n. Kleine pen om iets aan vast te prikken. — n. Iemand die een persoon een injectie geeft.
- prikkie — n. Weinig geld.
- prik␣lek — w. Eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lekprikken. — w. Gebiedende wijs van lekprikken. — w. (Bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lekprikken.
- prikpil — n. Anticonceptiemiddel (medroxyprogesteron) dat via een injectie…
- prikt␣af — w. Tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afprikken. — w. Derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afprikken. — w. (Verouderd) gebiedende wijs meervoud van afprikken.
- prikten — w. Meervoud verleden tijd van prikken.
- prikt␣in — w. Tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van inprikken. — w. Derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van inprikken. — w. (Verouderd) gebiedende wijs meervoud van inprikken.
- priktol — n. (Verouderd) (speelgoed) tol met ijzeren punt die men met een…
- prikt␣op — w. Tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opprikken. — w. Derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opprikken. — w. (Verouderd) gebiedende wijs meervoud van opprikken.
- zeeprik — n. Petromyzon marinus langerekte parasitaire kaakloze vis die…
Zie deze lijst voor:- Engels WikiWoordenboek: 3 woorden
- Frans WikiWoordenboek: 1 woord
- Spaans WikiWoordenboek: 2 woorden
- Italiaans WikiWoordenboek: geen woord
- Duits WikiWoordenboek: 1 woord
- Portugees WikiWoordenboek: geen woord
| |