Lijst met woorden bevattend met Snelle modus Klik om een vijfde letter toe te voegen
Klik om de laatste letter te verwijderen
Klik om de woordgrootte te wijzigen Allemaal alfabetisch Allemaal op maat 4 5 6 7 8 9 10 11
Er zijn 21 woorden bevattend met PUILpuil —— puilt —— puilde puilen —— puilden puilend puiloog puil␣uit uitpuil —— puilende puilogen puilt␣uit uitpuilt —— puilde␣uit puilen␣uit uitpuilde uitpuilen —— puilden␣uit uitpuilden uitpuilend —— uitpuilende 31 definities gevonden- puil — w. Eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van puilen. — w. Gebiedende wijs van puilen. — w. (Bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van puilen.
- puilt — w. Tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van puilen. — w. Derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van puilen. — w. (Verouderd) gebiedende wijs meervoud van puilen.
- puilde — w. Enkelvoud verleden tijd van puilen.
- puilen — w. Absoluut naar buiten toe uitsteken.
- puilden — w. Meervoud verleden tijd van puilen.
- puilend — w. Onvoltooid deelwoord van puilen.
- puiloog — n. (Door angst) ver naar voren uitpuilend oog.
- puil␣uit — w. Eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitpuilen. — w. Gebiedende wijs van uitpuilen. — w. (Bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitpuilen.
- uitpuil — w. (In een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitpuilen.
- puilende — w. Verbogen vorm van puilend, het onvoltooid deelwoord van puilen.
- puilogen — n. Meervoud van het zelfstandig naamwoord puiloog.
- puilt␣uit — w. Tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitpuilen. — w. Derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitpuilen. — w. (Verouderd) gebiedende wijs meervoud van uitpuilen.
- uitpuilt — w. (In een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitpuilen. — w. (In een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitpuilen.
- puilde␣uit — w. Enkelvoud verleden tijd van uitpuilen.
- puilen␣uit — w. Meervoud tegenwoordige tijd van uitpuilen.
- uitpuilde — w. (In een bijzin) enkelvoud verleden tijd van uitpuilen.
- uitpuilen — w. Bol naar buiten steken en zo zichtbaar worden.
- puilden␣uit — w. Meervoud verleden tijd van uitpuilen.
- uitpuilden — w. (In een bijzin) meervoud verleden tijd van uitpuilen.
- uitpuilend — bijv. Naar buiten uitstekend. — w. Onvoltooid deelwoord van uitpuilen.
- uitpuilende — w. Verbogen vorm van uitpuilend, het onvoltooid deelwoord van uitpuilen.
Zie deze lijst voor:- Engels WikiWoordenboek: 6 woorden
- Frans WikiWoordenboek: 20 woorden
- Spaans WikiWoordenboek: 3 woorden
- Italiaans WikiWoordenboek: geen woord
- Duits WikiWoordenboek: geen woord
- Portugees WikiWoordenboek: geen woord
|