|
Lijst met woorden bevattend met Snelle modus Klik om een zesde letter toe te voegen
Klik om de laatste letter te verwijderen
Klik om de woordgrootte te wijzigen Allemaal alfabetisch Allemaal op maat 6 7 8 9 10 11 12 13 14
Er zijn 24 woorden bevattend met SPRENspreng —— sprengt —— sprengde sprengen sprenkel —— sprengden sprengend sprenkels sprenkelt —— besprengen besprenkel sprenkelde sprenkelen —— besprenkelt sprenkelden sprenkelend sprenkeltje —— besprenkelde besprenkelen sprenkelende sprenkeltjes —— besprenkelden besprenkelend —— besprenkelende 40 definities gevonden- spreng — n. (Waterbeheer) bron of bovenloop van een beek. — n. (Waterbeheer) gegraven beek. — w. Eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sprengen.
- sprengt — w. Tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sprengen. — w. Derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sprengen. — w. (Verouderd) gebiedende wijs meervoud van sprengen.
- sprengde — w. Enkelvoud verleden tijd van sprengen.
- sprengen — w. Sprenkelen, strooien, besprenkelen. — w. Met zout bestrooien, pekelen. — n. Meervoud van het zelfstandig naamwoord spreng.
- sprenkel — n. Druppel die ergens op valt. — n. (Kookkunst) kleine hoeveelheid die ergens op gestrooid wordt. — n. (Verouderd) heel klein gloeiend brokje.
- sprengden — w. Meervoud verleden tijd van sprengen.
- sprengend — w. Onvoltooid deelwoord van sprengen.
- sprenkels — n. Meervoud van het zelfstandig naamwoord sprenkel.
- sprenkelt — w. Tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sprenkelen. — w. Derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sprenkelen. — w. (Verouderd) gebiedende wijs meervoud van sprenkelen.
- besprengen — w. Bevochtigen, , druppeltjes neer doen vallen.
- besprenkel — w. Eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van besprenkelen. — w. Gebiedende wijs van besprenkelen. — w. (Bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van besprenkelen.
- sprenkelde — w. Enkelvoud verleden tijd van sprenkelen.
- sprenkelen — w. Overgankelijk een vloeistof of poeder losjes over iets verspreiden.
- besprenkelt — w. Tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van besprenkelen. — w. Derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van besprenkelen. — w. (Verouderd) gebiedende wijs meervoud van besprenkelen.
- sprenkelden — w. Meervoud verleden tijd van sprenkelen.
- sprenkelend — w. Onvoltooid deelwoord van sprenkelen.
- sprenkeltje — n. Verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord sprenkel.
- besprenkelde — w. Enkelvoud verleden tijd van besprenkelen. — w. Verbogen vorm van besprenkeld, voltooid deelwoord van besprenkelen.
- besprenkelen — w. Overgankelijk druppels van een vloeistof ergens over strooien. — w. (Figuurlijk) iets overheen strooien.
- sprenkelende — w. Verbogen vorm van sprenkelend, het onvoltooid deelwoord van sprenkelen.
- sprenkeltjes — n. Verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord sprenkel.
- besprenkelden — w. Meervoud verleden tijd van besprenkelen.
- besprenkelend — w. Onvoltooid deelwoord van besprenkelen.
- besprenkelende — w. Verbogen vorm van besprenkelend, het onvoltooid deelwoord van besprenkelen.
Zie deze lijst voor:
| |