Lijst met woorden van 10 letters bevattend met Snelle modus Klik om een zesde letter toe te voegen
Klik om de laatste letter te verwijderen
Klik om de woordgrootte te wijzigen Allemaal alfabetisch Allemaal op maat 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16
Er zijn 24 woorden van tien letters bevattend met TREKTdichttrekt gestrekten langstrekt omvertrekt rechttrekt samentrekt straktrekt strekte␣uit stuiptrekt terugtrekt trektangen trekt␣dicht trekt␣langs trekt␣omver trektouwen trekt␣recht trekt␣samen trekt␣strak trekt␣terug trekt␣voort uitstrekte verstrekte volstrekte voorttrekt 50 definities gevonden- dichttrekt — w. (In een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dichttrekken. — w. (In een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dichttrekken.
- gestrekten — n. Meervoud van het zelfstandig naamwoord gestrekte.
- langstrekt — w. (In een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van langstrekken. — w. (In een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van langstrekken.
- omvertrekt — w. (In een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van omvertrekken. — w. (In een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van omvertrekken.
- rechttrekt — w. (In een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rechttrekken. — w. (In een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rechttrekken.
- samentrekt — w. (In een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van samentrekken. — w. (In een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van samentrekken.
- straktrekt — w. (In een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van straktrekken. — w. (In een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van straktrekken.
- strekte␣uit — w. Enkelvoud verleden tijd van uitstrekken.
- stuiptrekt — w. Tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stuiptrekken. — w. Derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stuiptrekken. — w. (Verouderd) gebiedende wijs meervoud van stuiptrekken.
- terugtrekt — w. (In een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van terugtrekken. — w. (In een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van terugtrekken.
- trektangen — n. Meervoud van het zelfstandig naamwoord trektang.
- trekt␣dicht — w. Tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dichttrekken. — w. Derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dichttrekken. — w. (Verouderd) gebiedende wijs meervoud van dichttrekken.
- trekt␣langs — w. Tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van langstrekken. — w. Derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van langstrekken. — w. (Verouderd) gebiedende wijs meervoud van langstrekken.
- trekt␣omver — w. Tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van omvertrekken. — w. Derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van omvertrekken. — w. (Verouderd) gebiedende wijs meervoud van omvertrekken.
- trektouwen — n. Meervoud van het zelfstandig naamwoord trektouw.
- trekt␣recht — w. Tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rechttrekken. — w. Derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rechttrekken. — w. (Verouderd) gebiedende wijs meervoud van rechttrekken.
- trekt␣samen — w. Tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van samentrekken. — w. Derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van samentrekken. — w. (Verouderd) gebiedende wijs meervoud van samentrekken.
- trekt␣strak — w. Tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van straktrekken. — w. Derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van straktrekken. — w. (Verouderd) gebiedende wijs meervoud van straktrekken.
- trekt␣terug — w. Tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van terugtrekken. — w. Derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van terugtrekken. — w. (Verouderd) gebiedende wijs meervoud van terugtrekken.
- trekt␣voort — w. Tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorttrekken. — w. Derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorttrekken. — w. (Verouderd) gebiedende wijs meervoud van voorttrekken.
- uitstrekte — w. (In een bijzin) enkelvoud verleden tijd van uitstrekken.
- verstrekte — w. Enkelvoud verleden tijd van verstrekken.
- volstrekte — w. Enkelvoud verleden tijd van volstrekken.
- voorttrekt — w. (In een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorttrekken. — w. (In een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorttrekken.
|